Onderzoeksrapporten
Zoeken in de index
Dit onderzoek verkent welke voorlandprocessen een relevante bijdrage leveren aan de faalkans van verschillende typen waterkeringen. Voor vier archetypische dwarsdoorsnedes is bepaald welke van de voorlandprocessen golfgedreven opzet, windgedreven opzet, superharmonische triadinteracties, frequentieafhankelijk propageren, windgroei, morfodynamiek en infragravitygolfopwekking een relevante bijdrage leveren aan de bepaling van de faalkans.
Deze memo beschrijft werkzaamheden binnen één deelonderwerp: probabilistisch rekenen voor zandige waterkeringen.
Samen met de informatie uit de Digitale Systeemrapportages hebben Rijkswaterstaat en alle betrokkenen met deze beheerbibliotheek eenvoudig toegang tot deze rijke verzameling aan kennis en informatie over het morfologisch functioneren van de Waddenzee. Hieronder vindt u de meest actuele versies van de kombergingsrapportages.
Deze memo beschrijft het ontwikkelen en testen van Cloud software binnen het programma Beoordeling- en Ontwerpinstrumentarium (BOI).
Het programma Strategische Verkenningen is al ruim 15 jaar permanent alert op trends en ontwikkelingen en op de mogelijke impact daarvan voor Rijkswaterstaat. In onderstaande document blikken we terug en laten we zien welke ontwikkelingen het programma heeft gesignaleerd en wat de impact voor Rijkswaterstaat daarvoor was.
Steeds vaker lopen projecten van Rijkswaterstaat aan tegen netcongestie. Concreet betekent dit dat het niet mogelijk is om een nieuwe of zwaardere aansluiting te krijgen op het elektriciteitsnet. Wachttijden kunnen oplopen tot 10 jaar. Om beter inzicht te krijgen in de omvang en gevolgen van netcongestie voor Vernieuwingsprojecten is in opdracht van WVL een impactstudie uitgevoerd door Witteveen+Bos. Het aantal Vernieuwingsprojecten is komende jaren groot en in sommige gevallen zal sprake zijn van toename van het benodigde elektrische vermogen in de gebruiksfase.
In dit rapport worden twee methodieken gepresenteerd om het netto transport van zwerfafval in het estuarium te kunnen bepalen
Het doel van de analyse in dit rapport is om in beeld te brengen in welke mate de ondiepten in de vaargeul tussen Rotterdam en Duisburg zich bij laagwater bevinden in het projectgebied van deze werkgroep, namelijk tussen Rh-km 849 (omgeving Emmerich) en rkm 893 (brug Ewijk).
De kustlijn van Noord-Holland, die grenst aan de buitendelta van het Zeegat van Texel, behoort tot de meest gesuppleerde gebieden van de Nederlandse kust. Door middel van grootschalig en frequent suppleren wordt de kustlijn hier behouden. Sinds 1976 is tussen Huisduinen en Callantsoog meer dan 37 miljoen m3 zand gesuppleerd. Gezien de grote belangen vanuit o.a. kustveiligheid is een actualisatie van de morfologische kennis van dit gebied essentieel. In deze rapportage worden de morfologische veranderingen van de Kop van Noord-Holland in kaart gebracht en wordt de relatie tussen de buitendelta en de kustlijn geanalyseerd. Daarbij zijn bestaande inzichten getoetst, aangevuld en waar nodig aangescherpt.
- vorige pagina
- 1
- ...
- 18
- ...
- 6535
- volgende pagina
Direct naar
Zoeken op PUC-nummer
Veel van deze rapporten zijn gemigreerd vanuit het PUC-platform.
Deze rapporten zijn nu terug te vinden door te zoeken op het PUC-nummer in de link.
Bijvoorbeeld: als een link eindigt op PUC_726371_31/1/, dan is dit rapport te vinden door te zoeken op: PUC_726371_31