Open overheid
Zoeken in de index
Resultaten
Deze rapportage doet verslag over de resultaten van de zeegraskartering in de Westerschelde zoals uitgevoerd in 2025. Deze rapportage is onderdeel van de oplevering van de eindproducten van de MWTL Zeegraskartering Westerschelde 2025.
Deze rapportage doet verslag over de resultaten van de zeegraskartering in de Waddenzee zoals uitgevoerd in 2025. Deze rapportage is onderdeel van de oplevering van de eindproducten van de MWTL zeegraskartering Waddenzee 2025.
Following earlier projects comparing different methods for microplastic analysis, Rijkswaterstaat (RWS) has commissioned NIVA the Dutch marine sediment monitoring program for microplastics in 2025, 2026 and 2027. An optimized method, incorporating a three-stage chemical digestion and density separation, was applied to samples from seven locations, producing cleaner filters for more reliable µFTIR analysis.
Onderzoeksbureau Movares heeft een analyse uitgevoerd om te onderzoeken of een tijdelijke veerpont mogelijk is als reisalternatief tijdens de sluiting van brug Urmond.
Rijkswaterstaat is geïnteresseerd in bestaande en ontbrekende kennis over de invloed van objecten langs de weg op de laterale positie van weggebruikers, om te kunnen bepalen of de huidige richtlijnen voor het profiel van vrije ruimte (PVR) nog toereikend zijn. Omdat bestuurders een schuwafstand houden tot te passeren objecten, wordt in de richtlijnen een minimale ‘objectafstand’ gedefinieerd (de vrije ruimte tussen de binnenkant van de kantmarkering en een object). Over de onderbouwing van deze richtlijnen is echter weinig bekend. Deze kennisbehoefte wordt door SWOV voorzien in dit rapport.
Onderzocht is of de maximale afstand tussen signaleringsportalen kan worden vergroot zonder concessies te doen aan de verkeersveiligheid. Dit onderzoek is mede ingegeven door het feit dat de huidige maximale afstand van 900 meter niet stevig onderbouwd is. Daarnaast komen er nieuwe technologieën op, zoals in-car systemen, die het verkeersmanagement gerichter en effectiever kunnen maken. Ook deze ontwikkelingen zijn in het onderzoek meegenomen.
Op 16 januari 2019 stonden de Haringvlietsluizen voor het eerst op een kier. Met deze maatregel wordt het Kierbesluit uit het jaar 2000 uitgevoerd. De maatregel heeft als doel de vismigratie en het ecosysteem van het estuarium te verbeteren. Het veranderen van de zoet-zout gradiënten zal effect hebben op alle niveaus van het ecosysteem waaronder de ontwikkeling van de fyto- en zoöplanktonsamenstelling. In deze rapportage wordt ingegaan op de veranderingen in de planktonsamenstelling in relatie tot de saliniteit.
Dit rapport presenteert een actualisatie van de geologische bodemdaling in het kustfundament en de getijdenbekkens van Nederland, uitgevoerd in het kader van de Bodemdalingsmonitor binnen het Programma B&O Kust van Rijkswaterstaat. De geologische bodemdaling draagt substantieel bij aan de relatieve zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust en kwantificering van deze daling is van belang voor het sedimentbeheer en kustonderhoud.
Langs de Nederlandse Noordzeekust is vanaf de 17e eeuw een groot aantal strandhoofden aangelegd met als doel om erosie van de kustlijn tegen te gaan. Binnen de context van de beleidskeuze “zacht waar het kan, hard waar het moet” wil Rijkswaterstaat antwoord op de vraag in hoeverre het van belang is de huidige strandhoofden te behouden en te onderhouden, en of er in de toekomst aanleiding is om strandhoofden aan te passen of aan te leggen. Hiervoor is het noodzakelijk om 1) een beter begrip te krijgen van de theoretische en conceptuele werking van strandhoofden en 2) de effectiviteit van strandhoofden binnen de huidige praktijk van zandsuppleties te analyseren. De voorliggende studie focust op het eerste doel en geeft handvatten om het tweede doel in een vervolg uit te kunnen werken.
De rapportage ‘Biotamonitoring Rijkswateren’ bestaat sinds 2018 uit twee delen. Deel I (Toetsing en trends, meest recent: Dogruer et al., 2024) bevat de resultaten van de monitoring. Deel II (Toegepaste methoden – dit rapport) beschrijft de toegepaste bemonsterings- en analysemethoden per onderdeel en per jaar, inclusief eventuele afwijkingen van protocollen zoals vastgelegd in het meetplan (Scholl et al., 2024). Omdat methodische keuzes van invloed kunnen zijn op de resultaten, zijn deze afwijkingen van belang voor de juiste interpretatie. Beide delen worden jaarlijks geactualiseerd met de gegevens van het laatste bemonsteringsjaar.
- vorige pagina
- 1
- 2
- 3
- ...
- 6553
- volgende pagina