Onderzoeksrapporten
Zoeken in de index
Aantal resultaten: 65610
In de jaren 1949, 1953 en 1955 is tijdens droge zomerperioden getracht de droogteschade in droge perioden van het grasland vòòr het droogvallen van de nieuwe polder te karteren. Behandelt de methode van karteren. Toetst het op het oog schatten van het producerend vermogen van de ...
auteur(s): [Ministerie van Verkeer en Waterstaat], Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken); door W.H. Sieben
1 januari 1957
auteur(s): P.J. Wemelsfelder; [Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Algemene Dienst,] Hydrometrische Afdeling
1 januari 1957
Beschrijft het onderzoek in verband met de oeververbindingen Rotterdam. Deel I behandelt het onderzoek naar bodemligging, bestorting, stroombeelden en stroomsnelheden in de omgeving van de te bouwen tramtunnel in enkele mogelijke eindsituaties en in enkele voor de tramtunnel belangrijke ...
auteur(s): Waterloopkundig Laboratorium (WL)
1 januari 1957
auteur(s): L.F. Kamps : Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Landaanwinningswerken
1 januari 1957
Bedoeld om na te gaan hoe dikwijks het verval in de houtribsluizen groter is dan 10 cm, van welk verval af wordt aangenomen, dat de scheepvaaart niet meer zonder schutten door deze sluizen kan varen.
auteur(s): C.H. de Jong; [Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst der Zuiderzeewerken]
1 januari 1957
Behandelt de lodingen met behulp van een op palen georienteerd raaienstelsel en lodingen met behulp van radar. Geeft vervolgens conclusies en een vergelijking met het Decca Survey System. Concludeert dat laatstgenoemde de voorkeur verdient.
auteur(s): red. H.M. Oudshoorn; [Ministerie van Verkeer en Waterstaat,] Rijkswaterstaat, Deltadienst, Waterloopkundige Afdeling
1 januari 1957
auteur(s): door W.H. Sieben en T. Kok
1 januari 1957
Behandelt de gebieden, die in Oostelijk Flevoland in aanmerking komen voor infiltratie. De voornaamste factor die bij de begrenzing ervan in aanmerking is genomen, is de grondsoort. Een tweede factor is de hoogteligging van het terrein. Een derde factor is de ligging t.a.v. de ...
auteur(s): [Ministerie van Verkeer en Waterstaat], Directie van de Wieringermeer (Noordoostpolderwerken); door C. Kalisvaart
1 januari 1957
auteur(s): P.J. Wemelsfelder; [Ministerie van Verkeer en Waterstaat,] Rijkswaterstaat, Directie Waterhuishouding en Waterbeweging, Hydrometrische Afdeling
1 januari 1957
Merkt op dat bij het criteria-onderzoek geen proeven te worden uitgevoerd met waterstanden, die hoger zijn dan de helft van de gootbreedte. Met de gevonden waarden kan men gegevens berekenen die betrekking hebben op de omstandigheden zoals die in de natuur voorkomen.
auteur(s): H. van der Tuin; [Ministerie van Verkeer en Waterstaat,] Rijkswaterstaat, Deltadienst, Waterloopkundige Afdeling
1 januari 1957
- vorige pagina
- 1
- ...
- 6417
- ...
- 6561
- volgende pagina