Onderzoeksrapporten
Woo artikel 3.3 lid 2 letter j Hieronder vallen de onderzoeksrapporten van Rijkswaterstaat.
Op deze plek publiceert Rijkswaterstaat ook de eigen openbare rapporten uit de periode 1822 tot heden en de openbare rapporten die in opdracht van Rijkswaterstaat opgesteld zijn. De databank omvat circa 65.000 rapporten in pdf-formaat.
Zoeken in de index
Deze studie analyseert de morfologische ontwikkeling van de buitendelta van de Zoutkamperlaag en de kust van Schiermonnikoog op basis van historische kaarten, actuele bodemmetingen en sedimentbalansen. Doel is inzicht te verkrijgen in de sedimenthuishouding van het systeem, de rol van buitendeltabanken in kustgroei en de betekenis voor toekomstig kust- en Waddenzeebeheer.
Deze studie richt zich op de kuststrook van Zeeuws-Vlaanderen, met bijzondere aandacht voor het traject tussen Nieuwe Sluis en Breskens. In dit gebied komen meerdere uitdagingen samen: een smalle kuststrook, dynamische morfologie en de nabijheid van zowel de vaargeul Wielingen als de haven van Breskens. Deze studie beoogt meer inzicht te geven in de transportmechanismen en de rol van suppleties in dit deel van het kustsysteem.
Binnen deze studie is de sedimenthuishouding van Terschelling geanalyseerd om zo tot een betere voorspelling van de toekomstige ontwikkeling van de eilandstaart te komen.
Ter ondersteuning van Rijkswaterstaat bij de afweging of, en zo ja hoe, het strand onderhouden zou kunnen worden, is een morfologische analyse van het Strand Brouwersdam uitgevoerd. De ontwikkeling van het strand kent drie fasen: Vorming (tot ca. 1994), Verplaatsing (1994-2015), Huidig gedrag (sinds 2015).
De Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) wil inzicht krijgen in hoe de morfologie van de Schaar van Valkenisse zich in de komende vijf tot tien jaar zal ontwikkelen en wat dit betekent voor de toegankelijkheid van de geul voor de scheepvaart.
Intensief beheer van de Kop van Schouwen is nodig om de kustlijn te behouden. Naast het reguliere suppleren zijn er ook pilots uitgevoerd, zoals geulverleggingen, morfologisch baggeren en ‘Slim omgaan met zand’. In deze rapportage zijn de morfologische veranderingen van de kust en de samenhang met de vele ingrepen in kaart gebracht.
Dit rapport is opgesteld in het kader van het RWS-onderzoeksprogramma “Zandige Kust”. Het presenteert kennis voor de uitwerking van de huidige strategie van het handhaven van de kustlijn voor de komende 15 jaar. Dit rapport richt zich in het bijzonder op het bepalen van de gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid te suppleren zand, voor de Nederlandse kust als geheel en voor te onderscheiden delen ervan (Deltakust, Hollandse Kust en Waddenkust).
De kustlijn van Noord-Holland, die grenst aan de buitendelta van het Zeegat van Texel, behoort tot de meest gesuppleerde gebieden van de Nederlandse kust. Door middel van grootschalig en frequent suppleren wordt de kustlijn hier behouden. Sinds 1976 is tussen Huisduinen en Callantsoog meer dan 37 miljoen m3 zand gesuppleerd. Gezien de grote belangen vanuit o.a. kustveiligheid is een actualisatie van de morfologische kennis van dit gebied essentieel. In deze rapportage worden de morfologische veranderingen van de Kop van Noord-Holland in kaart gebracht en wordt de relatie tussen de buitendelta en de kustlijn geanalyseerd. Daarbij zijn bestaande inzichten getoetst, aangevuld en waar nodig aangescherpt.
Dit rapport presenteert de resultaten van de sedimentbalans van de Nederlandse kust over de periode 1960-2022.
De voorliggende knelpuntanalyse van de vaarweg Harlingen - Noordzee in het bekken van het Vlie bevat de volgende knelpunten: het drempelgebied Pannengat, het drempelgebied Blauwe Slenk, en de geul langs Pollendam (streefdiepte -7.5m NAP). Daarnaast wordt het Kimstergat beschreven: een belangrijke locatie voor het verspreiden van baggerspecie nabij Harlingen.
- 1
- ...
- 7
- volgende pagina