Onderzoek aan natte oeverstroken langs het Wilhelminakanaal : samenvattend eindrapport
Met het oog op de verbetering van de scheepvaartmogelijkheden heeft Rijkswaterstaat, Directie Noord-Brabant, plannen ontwikkeld om een belangrijk deel van de Brabantse en Midden-Limburgse kanalen te verbreden en de oevers van nieuwe damwanden te voorzien. Het uitvoeren van deze werkzaamheden gaat gepaard met het verlies van biologisch-ecologisce en landschappelijke waarden. In verband hiermee is een proef uitgevoerd, om achter de nieuwe beschoeiing ondiepe oeverstroken aan te leggen, teneinde nieuwe kansen te creëren voor flora, vegetatie en fauna. De resultaten van de studie geven inzicht in de biologische waarde van natte oeverstroken voor het natuurbehoud en voor de sportvisserij terwijl tevens antwoord wordt gegeven op een aantal technische vragen die spelen bij de aanleg, inrichting en het beheer van oevers.
- Datum rapport
- 1 januari 1989
- Auteur
- [Ministerie van Verkeer en Waterstaat], Rijkswaterstaat, Directie Noord-Brabant, Rijksinstituut voor Natuurbeheer (RIN); [voorwoord D.W. Tuijten; Werkgroep Natte Oeverstroken, voorzitter H.J. van de Wolfshaar]
- Annotatie
-
140 p.
ill. ; 30 cm. - Project Milieuvriendelijke Oevers
Lit. opg. : p. 121-123
(Project Milieuvriendelijke oevers ; 8) - Documentnummer
- 231393