Bodemkundige kartering intergetijdegebieden Oosterschelde : deel IV : Middengebied Oosterschelde en Neeltje Jans
In 1982 is een onderzoeksprogramma gestart (het project BODEM) met als doel een bodemkundige inventarisatie van dit gebied om de bodemkundige situatie (in principe van vóór de Oosterscheldewerken) vast te leggen en om meer kennis op te doen over de betekenis van de bodem voor het ecosysteem. In deze nota worden de resultaten besproken van de volgende gekarteerde gebieden in de Oosterschelde: de Middelplaat, de Prinsenplaat, de Slikken van Kattendijke, de Slikken van de Zandkreek, de Slikken van Kats, de Slikken ten westen van Vianen en ten zuiden van Zierikzee en van de plaat Neeltje Jans. Aan de orde komen allereerst ligging, hoogte, situatie, geologische gesteldheid en ontwikkeling van de gekarteerde gebieden, vervolgens de werkwijze van het veldwerk en tenslotte de resultaten van de bodemkartering, de waargenomen oppervlaktemorfologie en de waargenomen vegetatie en bodemdieren.
- Datum rapport
- 1 januari 1990
- Auteur
- C.J. Bams; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Getijdewateren
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Getijdewateren (RWS, DGW).
- Annotatie
-
65 p.
24 bijl. ; 30 cm
Nota GWAO-89.005
Met lit. opg. - Documentnummer
- 215786