Vaarroute naar Harlingen vanaf het Zeegat van het Vlie
Onderzocht wordt of de vaarweg vanuit het Zeegat van het Vlie naar Harlingen geschikt gemaakt kan worden voor (vergrote) kustvaartschepen met een diepgang tot 6,20 m. Uitgangspunt hierbij is dat het ondiepste deel van de vaarroute gepasseerd wordt op een laag hoogwater van N.A.P. + 0,5 m. Met het waterstandsverloop is de minimaal vereiste bodemligging in de vaarroute bepaald. Hieruit blijkt dat op verschillende drempels in de vaarroute alsmede in de havenmond en in de haven van Harlingen initieel- en onderhoudsbaggerwerk zal moeten worden uitgevoerd. Het initieële baggerwerk wordt geraamd op ca. 45.000 m3 in de vaarroute en de havenmond en op circa 160.000 m3 in de haven. Het extra onderhoudsbaggerwerk als gevolg van verdieping van de vaarweg wordt geraamd op 50.000 m3/j in de vaarweg, 130.000 m3/j in de havenmond en 50.000 m3/j in de haven. (baggerwerk in de buitendelta van het Zeegat van het Vlie is niet beschouwd).
- Datum rapport
- 1 januari 1983
- Auteur
- P. van der Molen, H.D. Rakhorst; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Waterhuishouding en Waterbeweging, District Kust en Zee
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Waterhuishouding en Waterbeweging (RWS, WW).
- Annotatie
-
25 p.
14 bijl., ill.
Nota WWKZ-83.H009
Digitaal document 1.9 Mb
Met lit. opg. - Documentnummer
- 108472