Beleidsanalyse vaarweg Harlingen - Terschelling
In het voorjaar van 1991 bleek zich op natuurlijke wijze een stroomgeul ontwikkeld te hebben in het noordelijk Schuitengat onder de kust van Terschelling. Deze nieuwe stroomgeul ligt tussen het Boomkensdiep en het Schuitengat ter hoogte van de Noordvaarder. In juni 1991 is besloten om de vaarweg naar Terschelling, die door een nauwe insteek over een drempel naar het Schuitengat liep, te verleggen naar deze nieuwe stroomgeul. Uit peilingen bleek dat veel zand op de drempel in het noordelijk Schuitengat terecht was gekomen. Dit zand is door de golven van de daar aanwezige plaat losgewoeld en in de geul gedeponeerd. De ebstroom is niet krachtig genoeg om dit zand in korte tijd weer op te ruimen. Om de bereikbaarheid van Terschelling in de toekomst te waarborgen, zijn vijf alternatieve vaarroutes beschouwd en onderling vergeleken.
- Datum rapport
- 1 januari 1991
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Friesland (RWS, FR); A. Prakken; bijdr. van J.H.B.W. Elgershuizen
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Friesland (RWS, FR).
- Annotatie
-
23 p.
ill., bijl. ; 30 cm
Rapport ANW 91.38. - Met lit. opg. - Documentnummer
- 215269