Slib, slibtransport en lichtklimaat in de randmeren
Dit onderzoek behandelt de vraag wat de bijdrage van verschillende componenten aan de extinctiecoëfficiënt en de (reciproke) Secchi-diepte in het Veluwemeer en Wolderwijd/Nuldernauw is. Als componenten worden onderscheiden; water zelf, humus (Gelbstoff), algen, dode organische zwevende stof en anorganische zwevende stof. Het onderzoek richt zich eveneens op de vraag wat de bijdrage van resuspensie van bodemslib door wind is aan de extinctie en vermindering van de zichtdiepte in de randmeren. Ook de bijdrage van een 4-tal slibfracties, met verschillende sedimentatie- en opwervelingssnelheden is onderzocht. Omdat de doorspoeling van beide meren leidt tot een vergrote calciet-precipitatie is ook de bijdrage van calciet aan de uitdoving van licht geschat.
- Datum rapport
- 1 januari 1991
- Auteur
- G. Blom; Landbouwuniversiteit Wageningen, Vakgroep Natuurbeheer Sectie Waterkwaliteitsbeheer
- Uitgever
- Landbouwuniversiteit Wageningen (LUW).
- Annotatie
-
64, [34] p.
bijl., fig., tab. ; 29 cm
Met lit.opg. - Onderzoek in opdracht van Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RWS, RIZA). - Rapport nr. 91-15 - Documentnummer
- 6376