Biologische gevolgen van lozingen uit regenwaterriolen op het oppervlaktewater van de stadsgrachten van Lelystad
Bij toepassing van een gescheiden rioolstelsel in een stedelijk gebied wordt het oppervlaktewater ter plaatse belast met neerslagafvoer. Deze afvoer vindt plaats via zogenaamde regenwaterriolen. De lozingen vanuit regenwaterriolen hebben gevolgen voor de kwaliteit van het ontvangende water. In het rapport wordt verslag gedaan van een onderzoek in Lelystad naar de biologische gevolgen van lozingen uit regenwaterriolen voor het ontvangende oppervlaktewater, i.c. stadsgrachten. Er is daarbij gekeken naar macrofyten, epifyten, flab en macrofauna. De lozingen vanuit de regenwaterriolen blijken een lichte verstoring in de soortensamenstelling van de aquatische levensgemeenschap in de stadsgrachten te veroorzaken. Het eutrofe water van deze grachten heeft een beta-alpha-mesosaproob karakter. Nabij lozingspunten van regenwaterriolen krijgt het water een meer alpha-mesosaproob karakter. De verschuivingen in de levensgemeenschap konden in het bijzonder worden vastgesteld aan de hand van sommige aanwezige epifytische diatomeeën, van kokerjuffers (Trichoptera) en muggelarven (Diptera).
- Datum rapport
- 1 januari 1986
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP); door C. Roos
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RWS, RIJP).
- Annotatie
-
67 p.
tab., fig.
(RIJP-rapport ; 1986-2 Abw)
Met lit. opg. - Documentnummer
- 201982