Capaciteit op convergentiepunten : meting van de wegcapaciteit ter hoogte van een dertiental convergentiepunten
In veel situaties waar problemen met de verkeersafwikkeling op autosnelwegen zijn, is sprake van discontinuïteiten, d.w.z. convergentiepunten, divergentiepunten of een combinatie van beide (weefvakken). Juist in deze meer bijzondere situaties is de kennis over capaciteit beperkt. In deze studie naar de capaciteit van convergentiepunten worden voor de praktijk aanvaardbare schattingen van enkele typen convergentiepunten samengesteld. Het betreft hierbij zowel invoegingen (de doorgaande rijbaan heeft na het convergentiepunt evenveel rijstroken als ervoor) als samenvoegingen (de doorgaande rijbaan heeft na het convergentiepunt meer stroken dan ervoor). Van de onderzoekslocaties is gedurende enkele maanden meetmateriaal verzameld. Dit materiaal is zo bewerkt, dat een schatting wordt verkregen van het maximaal aantal voertuigen dat nog met redelijke kans (50%) kan passeren zonder congestie te veroorzaken (conditie: droog weer en overdag).
- Datum rapport
- 1 januari 1993
- Auteur
- [J.A.C. van Toorenburg, C. van Nieuwenhuize]; Transpute
- Uitgever
- Transpute.
- Annotatie
-
35
p. : ill. ; 30 cm Onderzoek in het kader van het Project Ontwikkeling Instrumenten Verkeersbeheersingsmaatregelen (POIV) en de Richtlijnen voor het Ontwerp van Autosnelwegen (ROA). - Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat (RWS), Dienst Verkeerskunde (DVK). - Projectbegeleiding P.L.J. van Doorn-Klein en D.E. Helleman(42) - Documentnummer
- 185554