Integrale studie Beneluxcorridor
In de nota worden verschillende inrichtings- en gebruiksmogelijkheden voor de Tweede Beneluxtunnel beschreven en vergeleken. Gedacht wordt om tegelijk met de aanleg van deze tunnel een metrobuis mee te bouwen en in de tunnel een fietsverbinding aan te leggen. Bovendien dienen vrachtverkeer, carpoolers en zakelijkpersonenverkeer eigen banen te krijgen. Na een schets van het recente regeringsbeleid t.a.v. verkeer en vervoer, wordt een vertaling van dit beleid naar de Rotterdamse regio gegeven. Hoofdstuk 3 bespreekt het doelgeroepbeleid uit SVV II en in het bijzonder Beneluxcorridor, de intensiteit van het autoverkeer, het weg- en tunnelontwerp en de doelgroepscheiding. Hoofdstuk 4 behandelt de metroverbinding in de tunnel, de metrotracés tussen Marconiplein en Hoogvliet, de stedebouwkundige aspecten, infrastructuur kosten ; vervoerswaarde ; invloed op automobilitiet. Hoofdstuk 5 beschrijft drie alternatieven : een fietstunnel, uitbreiding van veerverbindingen over de Nieuwe Maas en de verbetering van de mogelijkheden voor fietsers in het openbaar vervoer. Hoofdstuk 6 schetst de wisselwerking tussen doelgroepen, metro en fiets.
- Datum rapport
- 1 januari 1992
- Auteur
- Ministerie an Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat Directie Zuid-Holland, Rijksverkeersinspectie West; Gemeente Rotterdam Gemeente Schiedam; Gemeente Vlaardingen; gezamenlijk regionale openbaar-vervoersbedrijven
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Zuid-Holland (RWS, ZH) [etc.].
- Annotatie
-
82 [25] p.
bijl., fig., krt. ; 30 cm
In opdracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat. - Met lit. opg. - Met bijbehorende brochure : 2e Beneluxtunnel. - Op omslag Select traject - Documentnummer
- 180228