Erosie van schorren in de Oosterschelde : een onderzoek naar de gevolgen van de aanleg van de Oosterscheldewerken voor de schorren in de Oosterschelde
In 1987 werden de Oosterscheldewerken voltooid. Binnen de Oosterschelde vormen de schorren gebieden met een belangrijke ecologische waarden. Schorren zijn de buitendijkse, met hypersaliene vegetatie begroeide gebieden, welke vrij toegangelijk zijn voor het zoute water. De compartimenteringsdammen hebben een groot areaal schorren buiten het bereik van de getijdewerking geplaatst: van de oorspronkelijk 1725 ha schorareaal was na de compartimentering slechts 643 ha (37%) over. Bovendien zijn de hydrodynamische condities in de Oosterschelde veranderd. Daarnaast is tijdens de afwerkingsfase van de aanleg van de stormvloedkering het getijverschil sterk gereduceerd geweest en zijn de schorren in die periode langdurig niet overstroomd. De probleemstelling van dit onderzoek luidt dan ook als volgt: Wat is de invloed van de aanleg van de Oosterscheldewerken op de bodemsterkte van de schorren? ; Is er een (eenvoudig) te verklaren verloop van de bodemsterkte loodrecht op het schorklif het schor in, en wat is de betekenis van dit verloop voor de mogelijkheid om erosiesnelheden in de toekomst te voorspellen? ; Wat is het ruimtelijk patroon van erosie en aangroei van de schorren?.
- Datum rapport
- 1 januari 1990
- Auteur
- Rijksuniversiteit Utrecht, Fysisch Geografisch Instituut en Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat Dienst Getijdewateren (RWS, DGW); H.M. Blijenberg
- Uitgever
- [s.n.].
- Annotatie
-
47 p., 9 bijl.
ill. ; 30 cm
Met lit. opg. - Documentnummer
- 163869