Adsorptie en dissipatie van het grondontsmettingsmiddel 1,3-dichloorpropeen onder geconditioneerde omstandigheden
Van de teelt van bloembollen is bekend, dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen over het algemeen aanzienlijk is. Het gevaar voor accumulatie en/of uitspoeling van natuurvreemde stoffen naar grond- en oppervlaktewater is zeer reëel. In Nederland bestaat daarom de behoefte om bestrijdingsmiddelen toe te passen in zo laag mogelijke doseringen, mede om directe en indirecte schade aan gewassen te beperken. Voor de beschrijving van de mobiliteit van bestrijdingsmiddelen in de bodem is het van belang om het sorptiegedrag aan bodemcomponenten, alsmede de karakterisering van persistentie, experimenteel en onder gecontroleerde omstandigheden te bepalen. Om het sorptiegedrag van drie veelvuldig in de bloembollenteelt gebruikte middelen aan bodemdeeltjes beter te kunnen karakteriseren zijn, naast veldonderzoek, adsorptie-experimenten uitgevoerd.
- Datum rapport
- 1 januari 1991
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL); door J.P.M. Vink en K.P. Groen
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL).
- Annotatie
-
17, [9] p.
fig., tab.
(Werkdocument / Directie Flevoland ; 1991-6 Liw)
Met lit. opg. - Documentnummer
- 154261