Duinafslag tijdens superstormvloed, Noorderstrand Schouwen : onderzoek naar de werking van een duinvoetverdediging tijdens superstormvloed : verslag modelonderzoek
<p>De duinregel van het Noorderstrand op Schouwen is betrekkelijk smal. Toepassing van de "Voorlopige Berekeningsmethode ter bepaling van duinafslag in Zeeland t.g.v. een superstormvloed" leidde tot de conclusie dat een duinverzwaring nodig zot zíjn om te voldoen aan het criterium van de Deltawet. Deze 'Voorlopige Berekeningsmethode" is afgeleid van de door de T.A.W. ín 1972 uitgebrachte voorlopige Richtlijn ter bepaling van duinafslag. Er zijn echter redenen om niet zonder meer over te gaan tot versterking van de duinenrij. Deze zijn de volgende: de duinen zijn aan de zeezijde versterkt met een duinvoetverdediging. Deze harde constructie wordt bij toepassing van de Richtlijn niet in beschouwing genomen. Het kan zijn dat de duinvoerverdediging een reducerende werking heeft op de hoeveelheid duinafslag tijdens een superstormvloed. Tijdens het in uitvoering zijnde modelonderzoek naar duinafslag voor de Technische Adviescommissie voor de waterkeringen is naar voren gekomen dat de in werkelijkheid te verwachten hoeveelheid duinafslag vermoedelijk kleiner is dan wordt gevonden met de huidige Richtlijn. De kust van het Noorderstrand vertoont ter plaatse van de smalste duinregel (in de omgeving van km. 1.17) een tendens tot natuurlijke aangroei. Voor de Adviesdienst Vlissingen van Rijkswaterstaat zijn de bovengenoemde redenen aanleiding geweest voor het uitvoeren van een nader onderzoek.</p>
- Datum rapport
- 1 augustus 1982
- Auteur
- WL Delft Hydraulics
- Uitgever
- WL Delft Hydraulics.
- Annotatie
-
6 p.
bijl.
Met lit.opg.
(WL-rapport ; M1797) - Documentnummer
- 654837