Longitudinaal verplaatsingsonderzoek : analyse - deel B : meting 1: maart 1984 : meting 2: september 1984 : meting 3: maart 1985 : meting 4: november 1985
In het eerste hoofdstuk wordt ingegaan op de kenmerken van de steekproef en mogelijke selectieve uitval in de vierde meting. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de samenhangen die er bestaan in het aantal verplaatsingen met de onderscheiden vervoermiddelen. In hoofdstuk 3 komen de relaties aan de orde die er bestaan tussen de veranderingen in de mobiliteit. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de samenhangen tussen de duur van de waarneemperiode en de proportie van het aantal respondenten dat van een bepaald soort vervoermiddel gebruik maakt. In hoofdstuk 5 komt de relatie tussen kaartsoortbezit en kaartsoortgebruik aan de orde, naast veranderingen in die relatie. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de wegingsproblematiek. Tenslotte komen in hoofdstuk 7 de analyses aan de orde die uitgevoerd zijn om functies te bepalen, waarmee schattingen gemaakt kunnen worden van de afstanden die in elke rit zijn afgelegd met behulp van de registreerde rit-tijden.
- Datum rapport
- 1 januari 1986
- Auteur
- Bureau Goudappel Coffeng
- Uitgever
- BGC.
- Annotatie
-
192 p.
tab., fig., bijl.
In opdracht van Directoraat-Generaal van het Verkeer (DGV) en het Projectbureau Intergrale Verkeers- en Vervoerstudies (PbIVVS) van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Met lit. opg.
Met aparte samenv. - Documentnummer
- 127945