Herstel van de trapjeslijn in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas : Fase 1: Voorstudie naar de effecten op de zoutindringing
Eind jaren 60/begin jaren 70 van de 20e eeuw is in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas de zogenaamde trapjeslijn aangelegd. Met deze trapjeslijn zijn de minimale en maximale waterdiepten voor opeenvolgende trajecten (treden) vastgelegd tussen globaal kmr. 1035 en kmr. 990. Het doel van de trapjeslijn is de verzilting vanuit zee te beperken en tegelijkertijd te voldoen aan de eisen vanuit de scheepvaart. In 2000 en 2002 zijn de minimale diepten van de treden op de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas vergroot ten behoeve van een betere bereikbaarheid van de Waalhaven voor cruiseschepen. Dit heeft ertoe geleid, dat de maximale diepte volgens de oorspronkelijke definitie van de trapjeslijn tussen kmr. 1004 en 1014 met 0,5 m groter is geworden. Verder heeft het niet onderhouden van de trapjeslijn ertoe geleid, dat de bodem op natuurlijke wijze dieper is komen te liggen dan de bodemligging volgens de trapjeslijn: de Nieuwe Waterweg en het westelijke deel van de Nieuwe Maas (tot kmr. 1004) gemiddeld 0,5 m en de Nieuwe Maas tussen kmr. 1004 en 1001 gemiddeld 0,2 m. Door Rijkswaterstaat wordt overwogen de trapjeslijn te herstellen, om te bereiken dat de mate van verzilting ter plaatse van innamelocaties afneemt. In deze voorstudie zijn de effecten van het herstel van de trapjeslijn op de verzilting van het Noordelijk Deltabekken beschreven.