De strijkhoogte van motorschepen in de binnenvaart [1987]
Over de vaarwegen in Nederland liggen talrijke vaste en beweegbare bruggen. Soms is de doorvaarthoogte voor een schip te klein, zodat of de doorvaart ter plaatse geblokkeerd is, of er kans is op vertraging door het wachten op een brugopening. Kennis van de hoogten van schepen is dus noodzakelijk bij het onderzoek naar en het geven van adviezen over brughoogten. In de jaren 1972 en 1973 zijn daarom op initiatief van de hoofdafdeling Scheepvaart van de Dienst Verkeerskunde scheepshoogtemetingen verricht en is een enquête naar beweegbare stuurhuizen uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn neergelegd in nota S72.15.3, "De strijkhoogte van motorschepen in de binnenvaart". Verder zijn in opdracht van de Werkgroep Bruggen van de Commissie Vaarwegbeheerders (CVB) in 1978 een scheepshoogtemeting bij de Volkeraksluizen en in 1979 enquêtes naar de toepassing van beweegbare stuurhuizen uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn door de CVB in het rapport "Maatgevende schepen ten behoeve van richtlijnen vaarwegen CEMT-klasse I- t/m IV" verwerkt. In het CVB-rapport zijn de schepen verdeeld naar breedteklassen. Ook in deze nota worden de resultaten van het in 1978 en 1979 uitgevoerd onderzoek gekombineerd met de gegevens uit 1972 en 1973, maar de schepen zijn hier ingedeeld naar laadvermogenk
- Datum rapport
- 1 januari 1987
- Auteur
- [Ministerie van Verkeer en Waterstaat], Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde, Hoofdafdeling Scheepvaart; [projektleider A. de Bruin]
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde (RWS, DVK).
- Annotatie
-
9 p. : ill. ; 30 cm Nota S79.71.1. - Met lit. opg.(14)
- Documentnummer
- 121066