Water- en slibbeweging in diepe putten in de uiterwaarden
Eén van de criteria op basis waarvan de toelaatbaarheid van het bergen van verontreinigde baggerspecie in een diepe zandwinput in de uiterwaarden van een rivier wordt beoordeeld, is de kans dat de in de put gestorte specie als gevolg van waterstroming bij hoge afvoeren wordt opgenomen en vervolgens wordt verspreid. Inzicht in de optredende stroomsnelheden werd verkregen door het toepassen van het 3-dimensionale computerprogramma FLA-3. Voor het bepalen van de kritieke bodemschuifspanning kon gebruik worden gemaakt van de resultaten van een algemeen landelijk slibonderzoek. Het bergen van baggerspecie tot een niveau van ca. 5 meter onder de gemiddelde maaiveldhoogte ter plaatse van de put zal niet leiden tot een substantiële erosie en uitsleep van slib tijdens een hoogwatersituatie.
- Datum rapport
- 1 januari 1991
- Auteur
- B. Wesseling; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RWS, RIZA).
- Annotatie
-
22, 19 p.
bijl., fig., krt., tab. ; 30 cm
Nota nr. 91.014. - Met samenvatting. - Met lit.opg.: p. 20-21 - Documentnummer
- 196395