Een onderzoek naar de doorlatendheid en de berging van water in nat grasland in de Oostvaardersplassen
Eind 1990 zijn op de kavels DZ 8 en 9 in de Oostvaardersplassen een aantal poelen aangelegd in verband met de bestemming van deze kavels als nat grasland. Voor het funktioneren van deze kavels is het gewenst om de doorlatendheidsfaktor en de bergingscoëfficiënt van de grond te weten. In april 1991 is er een proef gedaan voor het verkrijgen van deze gegevens. In korte tijd is een sloot die tussen de kavels DZ 8 en 9 ligt, opgezet tot een hoogte van ongeveer 20 onder maaiveld, waarna de inlaat weer gestopt is. Nadat de grondwaterstanden en de openwaterpeilen ook gestegen zijn, wordt er weer langzaam water afgelaten. De grondwaterstanden en openwaterpeilen van de poelen dalen met het dalen van het slootwaterpeil. Met behulp van de snelheid van stijgen en dalen van de grondwaterstanden kan de doorlatendheid en de bergingscoëfficiënt van de grond bepaald worden.
- Datum rapport
- 1 januari 1991
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL); door J. Meinders
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL).
- Annotatie
-
21, [8] p.
fig., tab.
(Werkdocument / Directie Flevoland ; 1991-19 Lio)
Met lit. opg. - Documentnummer
- 48006