De weidevogelbevolking van de Kievitslanden in de periode 1966-1982
In dit rapport wordt de ontwikkeling van de weidevogelbevolking in de Kievitslanden 1966-1982 beschreven in relatie tot het beheer en de uitwerking ervan. Na een aanloopfase nemen de aantallen toe in de periode 1969-1975 waarna een afname volgt tot in 1982. Deze gang van zaken treedt op zowel in hooiland als weiland. Per soort vindt een zelfde ontwikkeling plaats zij het dat de kritische soorten gemiddeld eerder hun grootste dichtheid bereiken dan de anderen. De geschetste ontwikkeling komt in de overeenkomstige periode elders in weidevogelgebieden niet voor zodat de verklaring ervoor plaatselijk gezocht moet worden. Het gevoerde beheer zonder bemesting werkt verschralend. In het hooiland is de grasproduktie sterk afgenomen terwijl in het hooiland en het weiland het voedselaanbod sterk is afgenomen. De afname van voedsel en dekking biedende vegetatie zijn vermoedelijk oorzaak van de daling van het aantal broedparen weidevogels.
- Datum rapport
- 1 januari 1986
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP); door M. Zijlstra
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RWS, RIJP).
- Annotatie
-
50 p.
fig., tab.
(Flevobericht ; 266)
Met lit. opg.
ISBN 9036910196 - Documentnummer
- 238587