Een kwalitatieve prognose van de morfologie van de Oosterschelde-buitendelta in 2010
Om te komen tot een morfologische voorspelling, zijn allereerst de waterbeweging, de sedimentbeweging en de morfologische ontwikkelingen geanalyseerd, zoals die optraden op de buitendelta van de Oosterschelde vóór het gereedkomen van de Oosterscheldewerken in 1987. Vervolgens zijn, op basis van metingen, de veranderingen in de waterbeweging sinds 1987 geanalyseerd. De periode vanaf 1987 tot heden is te kort om uit meetgegevens een sluitend beeld af te leiden van de sedimentbeweging en de morfologische situatie in de nieuwe situatie. Daarom is een kwalitatieve hypothese geformuleerd voor de veranderingen in de sedimentbeweging. De hypothese voor de sedimentbeweging is per morfologische eenheid uitgewerkt tot een kwalitatieve voorspelling van de morfologische ontwikkelingen op middellange termijn. Op basis van de voorspelde veranderingen in de waterbeweging en de morfologische ontwikkelingen, is vervolgens een hypothese gesteld voor de sedimentbalans van de Oosterschelde-buitendelta op middellange termijn. Tevens is geanalyseerd wat de invloed van de veranderingen in deze balans op de morfologische ontwikkeling van de Grevelingen- en Haringvliet-buitendelta's zal zijn.
- Datum rapport
- 1 januari 1990
- Auteur
- Rijksuniversiteit Utrecht, Vakgroep Fysische Geografie, Geografisch Instituut en Instituut voor Ruimtelijk Onderzoek (IRO) = Institute of Geographical Research; R. Postma, J.P.M. Mulder, T. Louters, F.P. Hallie en F.J. Vos
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Getijdewateren (RWS, DGW).
- Annotatie
-
25, [12] p.
ill. ; 30 cm
Rapport GEOPRO 1991.10
Notitie GWAO-90.13040
Met lit. opg. - Documentnummer
- 213595