Relatie bodemopbouw en geleidbaarheidsmetingen met behulp van het EM-31 apparaat in de secties Gz, Kz, Lz en Nz van Zuidelijk Flevoland
Besproken wordt een onderzoek naar het verband tussen een apparaat, dat de geleiding van de (onder)grond meet en de diepte van het pleistocene oppervlak. Dit onderzoek maakt deel uit van de rivierduinenkartering in Zuidelijk Flevoland. Dit project richt zich op het traceren van rivierduinen langs de pleistocene en vroeg-holocene loop van de Eem. Deze rivierduinen worden als gevolg van inklinking zichtbaar in het landschap. Het karteren vindt plaats aan de hand van een apparaat, dat het geleidingsvermogen meet (EM.31-meter) en het boren met gutsboren. Het onderzoek is bedoeld om meer duidelijkheid te scheppen in de bruikbaarheid van deze EM.31-meter in het onderzoeksgebied. Met dit apparaat is nog weinig ervaring.
- Datum rapport
- 1 januari 1993
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL); F.F. Hoekstra
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL).
- Annotatie
-
44, [38] p.
fig., krt.
Werkdocument / Directie Flevoland ; 1993-4 Lio )
Met lit. opg. - Documentnummer
- 140542