Bepaling van enkele minimumarealen van het harde substraat in de Oosterschelde en de Grevelingen op ca. 6 meter beneden het GLW
Zes lokaties in de oosterschelde en een lokatie in de Grevelingen zijn onderzocht. Hierbij ging het om de onder water op het oog te onderscheiden soorten. Dit zijn behalve de vastzittende zoobenthos en eventuele fytobenthos, ook de semi-mobiele organismen. De minimum- arealen zijn bepaald volgens de kwalitatieve methode van S. Weinberg, waarbij de gegevens die zijn verkregen uit het onderzoek, zijn verwerkt met behulp van een computer. (programma MINAR) Het is gebleken dat de minimum-arealen van de meeste lokaties groter zijn dan de daar aangetroffen stenen. Het is daarom aan te bevelen een aantal malen een opnamevlak te nemen totdat het minimum-areaal is bereikt.
- Datum rapport
- 1 januari 1986
- Auteur
- D. Liebregts; [Ministerie van Verkeer en Waterstaat], Dienst Getijdewateren; Moller-instituut, [afdeling Biologie]
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Getijdewateren (RWS, DGW) [etc.].
- Annotatie
-
II, 25 p.
ill. ; 30 cm
Lit. opg.: p. 25. - Stageverslag - Documentnummer
- 215366