Verificatie piping model : proeven in de Deltagoot : evaluatierapport
De ontwikkeling van het piping model is in het kort in de inleiding van hoofdstuk 2 beschreven. Aan de hand van de piping ontwerpformule van paragraaf 2.2. worden de invoerparameters besproken. Deze hebben betrekking op de geometrie, het zand, het water en het begin van beweging van een zandkorrel in een pipe. De waarden van de invoerparameters voor de proevenserie zijn bepaald in 2.3 tot en met 2.5. Ze staan samengevat in 2.6. Met deze set waarden zijn de predicties voor de Deltagootproeven gemaakt. Hoofdstuk 3 geeft de uitkomsten van de predictie berekeningen weer. De resultaten staan gepresenteerd in figuren waarin de ontwikkelde pipelengte onder de waterkerende constructies is uitgezet tegen het waterstandsverschil over de constructie. Hoofdstuk 4 beschrijft de proevenserie: de modelopstelling, uitvoeringsaspecten en de resultaten van de proeven. Paragraaf 4.8 bevat een kwalitatieve beschrijving van het pipingproces. Hoofdstuk 5 vergelijkt predicties en proefresultaten met elkaar. Toepassing van de op basis van de proefresultaten gecorrigeerde ontwerpformule op een praktijksituatie is het onderwerp van hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 geeft een samenvatting van het rapport en vermeldt conclusies.
- Datum rapport
- 1 maart 1991
- Auteur
- Grondmechanica Delft (GD); F. Silvis
- Uitgever
- GD.
- Annotatie
-
20 p.
Fig., tab., bijl.
Rapport CO-317710/7
In opdracht van Rijkswaterstaat Dienst Weg- en Waterbouwkunde - Documentnummer
- 341227