Het Amsterdam-Rijnkanaal in de tang van de oevers? : verkenning toekomstig gebruik door de binnenvaart : herziene versie
Door de toenemende druk om de gereserveerde gronden vrij te geven voor andere bestemming wil RWS Directie Utrecht duidelijkheid omtrent de noodzaak van een eventueel toekomstige verbreding van het Amsterdam-Rijnkanaal. Daartoe is voor het Amsterdam-Rijnkanaal voor zowel de noordgaande als zuidgaande schepen het vervoerd gewicht naar goederensoort en het aantal scheepsbewegingen in 1990 en 2010 geschetst, aan de hand van een achttal scenario's, gebaseerd op verschillende veronderstellingen omtrent economische groei, te realiseren modal-splitverschuivingen en ontwikkelingen in de scheepsgrootte. Naast het totaalbeeld voor het A-R-kanaal is een uitsplitsing voor de Irene-sluizen en Beatrix-sluizen gemaakt.
- Datum rapport
- 1 januari 1992
- Auteur
- Stichting Het Nederlands Economisch Instituut (NEI); B. Krikken, J. Bozuwa, P.M. Blok
- Uitgever
- NEI.
- Annotatie
-
V, 36, 117 p.
fig., tab. ; 29 cm
Met lit. opg. - Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat (RWS), Directie Utrecht (UT) en Dienst Verkeerskunde (DVK). - Projectbegeleiding P.H. Hiddinga - Documentnummer
- 185247