Feitelijk en beoogd fietsgedrag in relatie tot veiligheid : uitgangspunten voor het ontwerpen van een veilige infrastructuur voor fietsers
In dit rapport wordt gepoogd - op basis van kenmerken van de infrastructuur in relatie tot het gedrag van verkeersdeelnemers, zoals complexiteit (d.w.z. de hoeveelheid informatie waarmee gelijktijdig rekening dient te worden gehouden), faalkans en faalernst, voorspelbaarheid, en complementariteit van de voorrangsverwachting - indicaties te vinden voor de potentiële (on)veiligheid van infrastructurele maatregelen, in het bijzonder van fietsvoorzieningen. Het doel is te komen tot criteria die gebruikt kunnen worden in het planningsproces en vormgevingsproces van fietsvoorzieningen.
- Datum rapport
- 1 januari 1993
- Auteur
- D.A.M. Twisk& M.P. Hagenzieker; Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid
- Uitgever
- Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).
- Annotatie
-
33 p.
Rapport R-93-24
Met lit. opg. - Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat (RWS) Dienst Verkeerskunde (DVK). - Projectbegeleiding J. Ploeger - Documentnummer
- 186214