Dimensionering van bochten en nevenaspekten : deelrapport IV van de werkgroep Vaarwegvakken
In de hoofdstukken 2 t/m 7 is de dimensionering van bochten behandeld. De resultaten gelden in principe voor vaarwegen, waarvan de stroomsnelheid gedurende een groot deel van de tijd verwaarloosbaar klein is. Achtereenvolgens komt aan de orde: beperkte inventarisatie van de literatuur over de dimensionering van bochten, padbreedte van schepen in bochten op basis van literatuur en praktijk- en modelproeven, vaar- en stuurgedrag van schepen in bochten met kleine straal, nadere uitwerking van de benodigde bochtverbreding bij kleine straal, overgang tussen bocht en rechtstand en uitzicht in bochten. In de hoofdstukken 8 t/m 15 worden beknopt nevenaspekten behandeld: dimensionering van bijzondere vaarwegdelen (loswallen, zwaaikommen e.d.), bijzondere kondities (langsstroom, dwarsstroom, vaargeulen door meren), eisen voor het profiel van vrije ruimte rond de vaarweg (rooilijnen, bebouwingsafstanden, hoogspanningsleidingen en zinkerdiepten).
- Datum rapport
- 1 januari 1986
- Auteur
- Commissie Vaarwegbeheerders (CVB) [voorzitter R. Filarski], Werkgroep Vaarwegvakken (WVV)
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde (RWS, DVK).
- Annotatie
-
51, 18 p.
ill.
Met lit. opg. - Documentnummer
- 185788