NBD00800 Leidraad voorspannen van ankers en rekbouten
In de werktuigbouw wordt de voorspankracht veelal verkregen door het aandraaien van de bouten door middel van momentsleutels en moeraanzetters. Bij deze methode van voorspannnen wordt men geconfronteerd met wrijvingscoëfficiënten die zelfs bij overeenkomstige condities een relatief grote spreiding vertonen. De wrijvingscoëfficiënt wordt daarnaast bepaald door het toegepaste smeermiddel, de oppervlaktebehandeling van de bouten (al of niet thermisch verzinkt) het materiaal van de bouten en de te klemmen delen, de reinheid van de oppervlakken die ten opzichte van elkaar bewegen en het al of niet gesmeerd zijn van de spiegel van moer of boutkop. Daar men er enerzijds van verzekerd wil zijn dat de benodigde voorspankracht ook daadwerkelijk wordt bereikt, is het zaak een zo groot mogelijk aandraaimoment toe te passen. Anderzijds mag het niet zo zijn dat de bout door het aandraaien zodanig hoog wordt belast dat gevaar voor afdraaien (breuk) of afschuiven van de schroefdraad ontstaat. Als geen speciale (rek)metingen worden uitgevoerd, is hydraulisch voorspannen, met name bij korte bouten en ankers, riskant. Tijdens het ontlasten van de vijzel wordt de voorspankracht overgebracht naar de moer. Daarbij zullen vervormingen optreden, die de voorspankracht in belangrijke mate kunnen reduceren. Ook het niet zuiver haaks staan van de ankers en bouten op de te klemmen delen, alsmede het toepassen van niet geheel vlakke onderlegringen, kunnen een belangrijke invloed hebben. Naar aanleiding van boven geschetste problematiek zijn de instructiebladen samengesteld. Op de instructiebladen is aangegeven hoe de vereiste voorspankracht op verantwoorde wijze tot stand kan worden gebracht.
- Datum rapport
- 28 oktober 2004
- Auteurs
- Toom, J. den
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijkswaterstaat Bouwdienst (RWS, BD); J. den Toom
- Uitgever
- RWS, BD.
- Annotatie
-
9 p.
Document : NBD 00800
Definitief - Documentnummer
- 315595