Bioassays met Chironomus riparius, Daphnia magna en Microtox - najaarsbemonstering 1993
<p>In dit onderzoek werden, in opdracht van Rijkswaterstaat Directie Zuid-Holland, 15 sedimentmonsters uit de Brabantsche Biesbosch onderzocht op de chronische toxiciteit voor muggelarven <em>(Chironomus riparius) </em>en watervlooien <em>(Daphnia magna) </em>en de acute toxiciteit voor bacterien (Microtox). Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het projekt "Proefsanering Biesbosch" en is onderdeel van een TRIADE-onderzoek.</p> <p>Na blootstelling van de muggelarven aan elutriaat en sediment kon bij de onderzochte sedimentmonsters BB-22, BB-73, BB-75 en BB-39 een significant lagere larvale ontwikkeling en/of groei (drooggewicht) in vergelijking met de referentie worden aangetoond. Voor deze 4 sedimentmonsters kon dus chronische toxiciteit voor muggelarven worden aangetoond. Voor de overige sedimentmonsters konden geen significant negatieve effecten worden aangetoond.</p> <p>Uit de resultaten van de Microtox®-test blijkt dat de EC20 (bioluminescentie) bij het poriewater van de monsters BB-22, BB-74, BB-75, BB-23 en BB-39 lager was dan 50 vol. <em>% </em>poriewater. Voor deze 5 monsters kon dus acute toxiciteit worden aangetoond. Voor de overige poriewatermonsters kon geen toxiciteit worden aangetoond.</p>
- Datum rapport
- 1 november 1993
- Auteur
- J.M. Brils, L.R.M. de Poorter; AquaSense
- Uitgever
- AquaSense.
- Annotatie
-
33 p.
ill.
Rapportnummer 93.0474
In opdracht van Rijkswaterstaat Directie Zuid-Holland
Met lit. opg.
Bioassays ter beoordeling waterbodemkwaliteit Brabantsche Biesbosch - Documentnummer
- 748722