Wisselbewegwijzering op de Ringweg Amsterdam
Het doel van de studie is het bepalen van de effecten van wisselbewegwijzering op de verkeersafwikkeling op de ringweg Amsterdam. Na een beknopte literatuurstudie is een geschikt simulatiemodel, CONTRAM, gekozen. Dit model is toegepast om de effecten van informatieverschaffing op de ringweg middels wisselbewegwijzering te evalueren, waarbij wisselbewegwijzering wordt toegepast indien een ongeval heeft plaatsgevonden inéén van de twee tunnels (Coentunnel en Zeeburgertunnel). Uit de resultaten van de simulatie kan worden geconstateerd dat het geven van route-adviezen zeer effectief kan zijn. Er komt echter ook uit naar voren dat het mogelijk is dat het geven van informatie aan bepaalde weggebruikers in zeker opzicht contra-produktief werkt. Het omleiden van een gedeelte van het verkeer door de Coentunnel in geval van een incident in de Zeeburgertunnel kan tot gevolg hebben dat zowel de verblijftijd van het verkeer in het netwerk als het energieverbruik toeneemt t.o.v. de situatie waarbij geen extra informatie aan de weggebruikers wordt verstrekt.
- Datum rapport
- 1 januari 1991
- Auteur
- TNO, Instituut voor Ruimtelijke Organisatie (INRO); M.J.M. van der Vlist
- Uitgever
- TNO, INRO.
- Annotatie
-
35 p.
fig., tab. ; 30 cm
Rapport INRO-VVG 1991-09. - Met lit. opg. - In opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat (RWS), Dienst Verkeerskunde (DVK). - Projectbegeleiding M.G.M. Brocken - Documentnummer
- 122059