Golfonderzoek nieuwe haveningang Den Oever
Na de afsluiting van de Zuiderzee bevindt de haven van Den Oever zich in een aanslibbingsgebied. Daarom moet sindsdien regelmatig baggerwerk verricht worden om de haven en de scheepvaartroute via de Wierbalg op diepte te houden. Eén van de oplossingen die aangedragen wordt om het baggerwerk te verminderen, is het maken van een nieuwe haveningang. Nagegaan dient te worden welke consequenties dit heeft voor de golfindringing in de haven. Hiertoe is met het Waterloopkundig Laboratorium overleg geweest om te onderzoeken of het operationele GOLDHA model hier toegepast kan worden. Aangeraden is dit voorlopig niet te dien vanwege de complexiteit en de hoge kosten en eerst enkele globale handberekeningen uit te voeren. In deze notitie worden de eerste handberekeningen gepresenteerd.
- Datum rapport
- 1 januari 1982
- Auteur
- P. v.d. Molen; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Waterhuishouding en Waterbeweging, District Kust en Zee, Adviesdienst Hoorn
- Uitgever
- RWS, WW.
- Annotatie
-
7 p.
5 bijl., ill.
Notitie WWKZ-82.H202
Digitaal document 392 Kb
Met lit. opg. - Documentnummer
- 164635