Locatiebeleid en ruimtelijke ordening : de effecten op verkeer en vervoer : literatuurstudie
De potentiële invloed van varianten in de ruimtelijke ordening op de personenmobiliteit is groot. Het in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening geïntroduceerde locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen beoogt 'het juiste bedrijf op de juiste plaats' te krijgen, waardoor het autogebruik wordt beperkt en het openbaar-vervoergebruik toeneemt. Verbeteringen hierin zijn denkbaar. Zo verdient het aanbevelingen meer rekening te houden met de actuele bereikbaarheid dan met de ligging van locaties t.o.v. het openbaar vervoer en het wegennet, en kan de indeling in A-, B- en C-locaties worden verbeterd. Belangrijke voorwaarde voor het laten slagen van het locatiebeleid is een consequente uitvoering ervan. Daarnaast dient een aantal andere beleidsonderdelen van het verkeer- en vervoerbeleid te worden uitgevoerd, zoals het prijsbeleid voor personenauto- en ov-gebruik, het parkeerbeleid en het openbaar vervoer beleid (o.a. capaciteitsverhoging NS en verbetering regionaal ov). Het locatiebeleid past daarom vooral in een lange termijn scenario voor Nederland.
- Datum rapport
- 1 januari 1993
- Auteur
- [Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer VROM], Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene (RIVM); G.P. van Wee
- Uitgever
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
- Annotatie
-
78 p.
tab. ; 30 cm
Onderzoek in opdracht van Ministerie van VROM, Directoraat-Generaal Milieubeheer, Directie Strategische Planning, in het kader van het project Milieuverkenningen (project nr. 251701)
Het onderzoek is begeleid door A.I.J.M. van der Hoorn, werkzaam bij Rijkswaterstaat,
Adviesdienst Verkeer en Vervoer - Documentnummer
- 74091