Advisering nieuwe baggerstortplaats Harlingen uit baggerstortproeven 1982
De baggerspecie uit de haven en havenmond van Harlingen wordt gestort nabij de Grienderwaard. Om de baggerkosten te minimaliseren is overwogen de stortplaats voor de specie dichter bij de haven van Harlingen te situeren. Hiertoe zijn een 4-tal alternatieve stortplaatsen beschouwd. Als vervolg hierop zijn in mei 1982 ten noorden van het oostelijk blindewerk en bij Roptazijl proefstortingen uitgevoerd. Het doel van deze proefstortingen was een indruk te krijgen van: de snelheid waarmee de gestorte specie verplaatst en daaruit de capaciteit van de stortplaats; de verondieping van de vaargeul door de stortingen; het extra baggerbezwaar voor de haven van Harlingen door de stortingen (recirculatie van slib). Middels lodingen en slibconcentratiemetingen wordt er een antwoord gegeven op bovengenoemde problemen. Het ligt in de bedoeling in 1983 de baggerspecie (max. 500.000 m3) op locatie dichter bij Harlingen te storten.
- Datum rapport
- 1 januari 1982
- Auteur
- B. van der Duin, H.D. Rakhorst; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Waterhuishouding en Waterbeweging, District Kust en Zee, Adviesdienst Hoorn
- Uitgever
- RWS, WW.
- Annotatie
-
11 p
16 bijl., ill. ; 30 cm
Notitie WWKZ-82.H240
Digitaal document 4.0 Kb
Met lit. opg. - Documentnummer
- 214784