Beoordeling van verkeerssituaties op binnenwateren
Gestreefd wordt naar de ontwikkeling van een maat waarmee de kwaliteit van de verkeersafwikkeling op binnenvaartwegen kan worden bepaald. Deze maat dient de veiligheid en doelmatigheid van de verkeersafwikkeling te beschrijven. De grootheden waaruit deze maat kan worden samengesteld worden afgeleid uit beschikbare gegevens van ware grootte proeven en simulatie-experimenten (afkomstig uit een beheersbaarheidsonderzoek zesbaksduwvaart). Bekeken wordt of er een verband gelegd kan worden tussen de standaardafwijking van de roerhoek, de geëffectueerde minimum passeerafstand en het oordeel van de kapiteins inzake de aanvaardbaarheid van de passeermanoeuvre per verkeerssituatie. Uit een multiple regressie-analyse van het gehele gegevensbestand blijkt dat voor afzonderlijke verkeerssituaties het subjectief oordeel soms redelijk correleert met een combinatie van scheepsgebonden variabelen als voorwaartse snelheid, draaisnelheid, hoofdroerhoek, boegroerhoek en padbreedte. Deze gegevens kunnen dus op basis van subjectief oordeel voor speciale situaties bijdragen aan een maat voor de verkeersafwikkeling. Het verband tussen subjectief oordeel en specifieke variabelen als roergebruik en minimum passeerafstand is echter onduidelijk.
- Datum rapport
- 1 januari 1992
- Auteur
- TNO, Instituut voor Zintuigfysiologie (IZF); L. van Breda, H. Schuffel; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat (RWS), Dienst Verkeerskunde (DVK)
- Uitgever
- TNO, IZF.
- Annotatie
-
2 dl.
ill.
Rapport IZF 1992 C-5 (hoofdrapport), IZF 1992 C-5b : Bijlagen I-III behorend bij Beoordeling van verkeerssituaties op binnenwateren. Met lit. opg. - Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat (RWS), Dienst Verkeerskunde (DVK). Projectbegeleiding T. Dijkhuis - Documentnummer
- 185414