De mogelijke gevolgen van de huidige NAM-lozing in het Eemsestuarium van het aquatische milieu en de daarin voorkomende organismen
Door de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) wordt sinds 1968 afvalwater, bestaande uit afgewerkte boorspoeling en verontreinigd hemel- en schrobwater, in het Eemsestuarium geloosd. Vanaf 1986 wordt het afvalwater eerst behandeld in een zuiveringsinstallatie, alvorens lozing plaatsvindt. Milieuorganisaties hebben ernstig bezwaar tegen de NAM-lozing. Met name vreest men een verhoging van de troebelheid van het estuariumwater. In de voorliggende notitie zijn de mogelijke gevolgen van het lozen van het thans gezuiverde NAM-afvalwater voor het aquatisch milieu belicht. Op grond van globale berekeningen wordt geconcludeerd dat, na verdeling van de geloosde vaste stof over de waterkolom, de uiteindelijke toename van het zevend stofgehalte, en daarmee samenhangend de troebelheid van het estuariumwater dermate klein zal zijn dat geen significante afname van de primaire produktie wordt verwacht.
- Datum rapport
- 1 januari 1987
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Groningen, Afdeling Advies en Onderzoek (ANA), Waterhuishouding (ANW); J.H. Bossinade, H.J. Bos, J. van den Bergs
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Groningen (RWS, GR).
- Annotatie
-
9 p.
11 p. bijl., krt. ; 30 cm
Nota ANA 87.10. - Project BONAM - Documentnummer
- 16764