De waterhuishouding van de bossen in Zuidelijk Flevoland 1980-1989
In het grootste deel van Zuidelijk Flevoland bestaat de bodem uit een dikke laag zware en vruchtbare grond op de pleistocene zandondergrond. Langs de rand van de polder komen afwijkende profielen voor, met pleistoceen zand en soms veen dicht aan de oppervlakte. Dat geeft verschillen in bodemvruchtbaarheid en plaatselijke kwel. Op deze randen van de polder, dus op die gedeelten die het rijkst zijn aan gradiënten, is een groot deel van de bossen aangeplant. Om de kennis van de grondwaterregimes te vergroten is in 1980 een meetnet in de toen aangeplante bossen opgezet. Na tien jaar meten zijn de resultaten samengevat in kaartbeelden. De resultaten worden per bosgebied besproken en geïnterpreteerd door gegevens over bodemopbouw, stijghoogtes, kwel en polderpeilen er bij te betrekken. De bossen in Zuidelijk Flevoland zijn grotendeels op voedselrijke en goed ontwaterde gronden geplant. Gradiënten komen vooral voor in smalle randen langs de randmeerdijken. Daar is in de toekomst differentiatie te verwachten in de ontwikkelingen van het bos en de bijbehorende vegetatie.
- Datum rapport
- 1 januari 1991
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL); door H. Slager
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL).
- Annotatie
-
106 p.
fig., foto's, tab.
(Flevobericht ; nr. 327)
Met samenvatting
Met lit. opg.
ISBN 903691082X - Documentnummer
- 238340