Acceptatie en gedragseffecten van snelheidsbegrenzers bij vrachtautochauffeurs
Verslag van een praktijkexperiment met snelheidsbegrenzers binnen een proefbedrijf (transportonderneming), en tevens van een inventariserende studie bij een aantal andere bedrijven waarbij door middel van interviews is ingegaan op de waargenomen voor- en nadelen van de begrenzers, alsmede de voorwaarden waaronder de snelheidsbegrenzer op acceptatie zal kunnen rekenen. Bij het proefbedrijf zijn verschillende combinaties van snelheidsbegrenzer, toerenbegrenzer, speedhold en cruisecontrol geïnstalleerd. Er is gelet op rijsnelheid, snelheidsfluctuatie, snelheidsbeheersing, inhaalmanoeuvres en ritduur. Zowel chauffeurs als bedrijfsleidingen, ritplanners en onderhoudstechnici zijn het er over eens dat, als de begrenzer verplicht wordt gesteld, de grenssnelheid 90 km/h moet worden. Het grootste deel van de argumenten tegen de snelheidsbegrenzer ligt op het psychologische vlak, en is niet verkeerstechnisch van aard. Apparatuur voor cruisecontrol, met vergelijkbare effecten op de rijsnelheid, kan rekenen op veel meer acceptatie en waardering van de chauffeurs. Er moeten wat betreft de technische aspecten aan de snelheidsbegrenzer en de installatie hiervan verbeteringen worden aangebracht, onder anderen om de kans op fraude te minimaliseren.
- Datum rapport
- 1 januari 1991
- Auteur
- P.T. Wilbers, H.J. Fokkema
- Uitgever
- Traffic Test.
- Annotatie
-
46 p.
fig., tab. ; 30 cm
Opdrachtgever is Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat, Hoofddirectie van de Waterstaat, afdeling Infrastructuur. - Overeenkomstnummer HW133. - Rapportnummer TT91-13 - Documentnummer
- 137312