Scholeksters in de Oosterschelde : parameterbeschrijving EFFECT 1.1 model en veldonderzoek percentage scholeksters dat predeert op alternatieve prooien
Scholeksters leven door zich te voeden met kokkels en mossels. De opgetreden voedselschaarste heeft duidelijk gemaakt dat de natuurbeschermingsbelangen n de visserijbelangen op gespannen voet met elkaar kunnen staan. Ter ondersteuning van het evalueren van de effecten van de schelpdiervisserij in de Oosterschelde en de Waddenzee is het Boulimia model ontwikkeld, dat de effecten op de draagkracht van het systeem voor scholeksters berekent. Een aangepast model heet EFFECT. Om het EFFECT 1.1 model gebruikersvriendelijker te maken, worden negentien parameters, parameter a tot en met s beschreven. Hiermee moet het mogelijk worden om een gevoeligheidsanalyse over de getallen uit te voeren. Verder wordtvoor optimalisering van het model door middel van veldwaarnemingen een parameter of functie vastgesteld die het percentage scholeksters weergeeft dat foerageert bij een bepaalde kokkelbiomassa en -dichtheid op alternatieve prooien.
- Datum rapport
- 1 januari 1996
- Auteur
- S.J. Hoen
- Uitgever
- RWS, RIKZ.
- Annotatie
-
36 p.
ill.
Stageverslag (herziening) voor Hogeschool Zeeland
Werkdocument RIKZ/AB-95.801X - Documentnummer
- 63117