Oriëntatie-indicatie voor onverlichte autosnelwegen
Onderzoek naar de mogelijkheid om weggebruikers een goede indruk te verschaffen van het verloop van een onverlichte autosnelweg over een afstand groter dan 300 m., door het aanbrengen van oriëntatie-indicatoren die zichtbaar zijn over een afstand van ongeveer 1000 m. Uit modelberekeningen en experimenten bleek dat het niet mogelijk is om de benodigde zichtafstanden in de orde van 1000 m. te behalen door gebruik te maken van reflectoren. Een oriëntatie-indicatie voor onverlichte autosnelwegen zal daarom dienen te worden uitgevoerd met lampjes. Het blijkt dat een oriëntatie-indicatie met de grootste indicatorhoogte (16 m) en de kleinste indicatorafstand (75 m) voor alle typen wegverloop in grote detectieafstanden resulteert.
- Datum rapport
- 1 januari 1994
- Auteur
- TNO Technische Menskunde (TM); A. Toet, J.W.A.M. Alferdinck, N.A. Kaptein
- Uitgever
- TNO, TM.
- Annotatie
-
35 p.
ill.
Rapport nr. TNO-TM 1994 C-52
Met lit. opg.
Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Utrecht (RWS, UT) en Adviesdienst Verkeer en Vervoer (RWS, AVV)
Projectbegeleiding E. Folles - Documentnummer
- 74687