Notitie betreffende huidige regeling(en) van milieu-aansprakelijkheid bij toepassing van secundaire grondstoffen bij de Rijkswaterstaat
Ingegaan wordt op de stand van zaken met betrekking tot de (civielrechtelijke) aansprakelijkheid voor milieuschade van Rijkswaterstaat als opdrachtgever voor werken die mede met behulp van secundaire grondstoffen worden uitgevoerd. Deze problematiek is toegenomen sinds het rijksbeleid is gericht op toenemend hergebruik en nuttige toepassing van afvalstoffen. De vigerende juridische regelingen omtrent aansprakelijkheid worden uiteengezet. Aangegeven wordt dat de verhouding tussen opdrachtgever en aannemer van groot belang is bij bepaling van de aanprakelijkheid. Het wordt raadzaam geacht dat Rijkswaterstaat, gelet op haar herkenbaarheid en aanwezige deskundigheid, bij projecten het risico draagt. Tevens wordt gesteld dat het gewenst is om de archiefgegevens aangaande de toegepaste secundaire grondstoffen vallend onder de IBC-criteria (isoleren beheersen controleren) gedurende 30 jaar te bewaren, in verband met mogelijke risico's voor het milieu.
- Datum rapport
- 1 januari 1992
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, Hoofddirectie van de Waterstaat
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Hoofddirectie van de Waterstaat (RWS, HW).
- Annotatie
-
14 p.
30 cm
Notitie is opgesteld door een werkgroep met als voorzitter B. de Jong (HW/FSO) - Documentnummer
- 231288