Evaluatie van ecologische kerngebieden voor snoek in de randmeren : deelproject 2#bruikbaarheid oevergebieden als paai- en opgroeigebied voor snoek
In de voorbereidingsfase van het toepassen van ABB in het Wolderwijd - Nuldernauw (WN) is reeds aangegeven dat het geschikt maken van het WN voor een gezonde snoekpopulatie een belangrijk onderdeel is van ABB. In de praktijk komt dit neer op het aanleggen van paai- en opgroeigebieden voor snoek. Indien het zover komt dat er paai- en opgroeigebieden moeten zijn om het gewenste rendement te bewerkstelligen. Daarom is er een onderzoek opgestart dat tot doel heeft: het vaststellen van de werking en het rendement van paai- en opgroeigebieden voor snoek; het vaststellen onder welke voorwaarden er sprake kan zijn van een optimale produktie bij een minimaal areaal beslag. Dit onderzoek is opgesplitst in drie deelprojecten op drie lokaties. Eén van deze deelprojecten is het onderzoek naar de bruikbaarheid van oevergebieden als paai- en opgroeigebied voor snoek bij natuurlijk peilverloop in een rietveld bij Elburg. De resultaten van dit onderzoek in 1993 worden beschreven. Het onderzoek is uitgevoerd in een helofytenfilter (riet) achter de rioolzuiveringsinstallatie van Elburg, maar is als zodanig niet meer in gebruik. Op 17 mei zijn er 93.000 snoekjes van gemiddeld 2,8 cm uitgezet in het rietveld. Het rendement van het rietveld bij Elburg als opgroeigebied voor deze jonge snoek wordt vastgesteld door: het kwalificeren en kwantificeren van beschikbare opgroeihabitat; het kwantificeren van de jonge snoek die door habitat- en/of voedselconcurrentie weg trekt uit het rietveld; het kwantificeren van de jonge snoek die achterblijft in het rietveld.
- Datum rapport
- 1 januari 1993
- Auteur
- S. Semmekrot, M.P. Grimm; Witteveen + Bos Raadgevende Ingenieurs
- Uitgever
- Witteveen+Bos.
- Annotatie
-
18 p.
fig., foto's, tab.
In opdracht van [Ministerie van Verkeer en Waterstaat], Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL). - Met lit. opg. - Documentnummer
- 8186