Natuurinventarisatie A76
In het kader van een planstudie voor de A2/A76 is een trajectnota MER verschenen waarin met name verschillende verbredingsalternatieven zijn vergeleken. Op basis van deze nota heeft de minister van Verkeer en Waterstaat gekozen voor het meest milieuvriendelijke alternatief (MMA). Dit standpunt wordt uitgewerkt tot een ontwerp tracébesluit (OTB) hetgeen in de loop van 2003 afgerond dient te zijn. Omdat in het MMA wordt ingespeeld op het verbeteren van ecologiesche relaties aan beide zijden van het traject zal in het kader van het OTB een landschaps- en compensatieplan worden opgesteld. Om dit plan kwalitatief voldoende inhoud te geven is een actualisatie nodig van de aanwezigheid van beschermde soorten. Deze actualisatie is uitgevoerd m.b.v. een bronnen- en veldonderzoek naar de natuurwaarden langs het tracé van de A76. In het bronnenonderzoek zijn verschillende rapporten geradpleegd, alsmede het waarnemingenbestand van het Natuurhistorisch Genootschap Limburg en de landelijke zoogdierdatabank van de VZZ. Daarnaast is door specialisten een veldonderzoek uitgevoerd op de aanwezigheid van de diergroepen: beschermde planten, zoogdieren (inclusief vleermuizen), vogels reptielen, amfibieën, vissen, dagvlinders en libellen. Het veldonderzoek naar de vleermuizen is uitesteed aan de Vereniging voor Zoogdierkunde. Het veldonderzoek naar vissen is uitbesteed aan bureau Natuurbalans.
- Datum rapport
- 30 oktober 2002
- Auteur
- Rijkswaterstaat Directie Limburg
- Uitgever
- De Groene Ruimte bv, Wageningen.
- Annotatie
-
projectnummer 02395
- Documentnummer
- 264901