Roofvogels in de Nederlandse wetlands IV : de bruine kiekendief : terreingebruik en jaagsucces in de Oostvaardersplassen in 1992
Ingegaan wordt op het terreingebruik en het jaagsucces van de bruine kiekendief (Circus aeruginosus) in de Oostvaardersplassen in 1992, in het kader van het onderzoeksproject "De betekenis van grootschalige wetlands in Nederland voor roofvogels", een samenwerkingsproject van Rijkswaterstaat, Directie Flevoland en de RU Groningen. In het buitenkaadse deel van de Oostvaardersplassen zijn door verschillende vormen van beheer en verschillen in abiotische factoren diverse terreintypen ontstaan. De onderzoeksvraag is welk van deze terreintypen de bruine kiekendief prefereert als jaagterritorium, en of het terreingebruik door beide geslachten in de loop van het seizoen verandert. D.m.v. scanningen en tellingen is het terreingebruik gekwantificeerd. Hiernaast iséén van de in 1991 met vleugeltags gemerkte mannetjes wekelijks gevolgd, waarbij zijn handelingen zijn genoteerd, en de gevlogen routes ingetekend zijn op kaarten. Het vaststellen van het aantal broedparen bruine en blauwe kiekendieven en het intekenen van deze nesten geeft informatie over het populatieverloop en het terreingebruik. Verder is aan de hand van een aantal gemerkte vogels getracht een schatting te maken van de mortaliteit.
- Datum rapport
- 1 januari 1994
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL); Stef Rijn en Jan Winter
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL).
- Annotatie
-
41, [4] p.
fig., tab.
(Intern rapport Directie Flevoland ; 1994-10 Lio)
Met bijl. - Documentnummer
- 141013