Integraal waterbeheer Ketelmeer : een kwantitatieve analyse van het ecosysteem ketelmeer - Deel III ecotoxicologische effecten en risico's van de verontreinigingen van het sediment voor het leven in het Ketelmeer
Ingegaan wordt op de vraag in hoeverre de in het Ketelmeer voorkomende bodemorganismen de sterkst verontreinigde delen van de bodem mijden en, zo ja, of deze gereduceerde dichtheden direct toe te schrijven zijn aan verhoogde gehalten van (groepen) contaminanten dan wel aan variaties in andere eigenschappen van de bodem. Vervolgens wordt de bio-accumulatie van contaminanten door organismen, zoals die door veldmetingen zijn bepaald, besproken. Hierbij komt aan de orde in welke mate in het veld en laboratoriumproeven (o.a. in mesocosms en bio-assays) bepaalde contaminanten aantoonbare negatieve invloeden uitoefenen op overleving, ontwikkeling en/of reproductie van de diverse groepen van organismen. Tenslotte wordt deze bio-accumulatie gemodelleerd met behulp van de resultaten van de modellering van de voedselketen en die van de modellering van de verspreiding van microverontreinigingen (gebaseerd op eerder uitgevoerd onderzoek). Het hierbij gebruikte model is Cumulation of Heavy metals and Organic Pollutants (CHEOPS).
- Datum rapport
- 1 januari 1993
- Auteur
- Maarten Platteeuw, Kees van de Guchte, Jos Vink; Rijksuniversiteit Groningen, Zoölogisch Laboratorium en [Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat Directie Flevoland en RIZA
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL).
- Annotatie
-
III, 125, [1] p.
fig., tab.
Onderzoek uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de Projectgroep Integraal Waterbeheer Ketelmeer.
Met lit. opg. - Documentnummer
- 52211