Eindrapportage Trajectnota MER-A4 Delft Schiedam : Modelberekeningen
In maart 2004 zijn in het kader van de Tracé/MER-procedure voor de A4 Delft-Schiedam de Richtlijnen gepubliceerd. In deze Richtlijnen zijn een aantal alternatieven en varianten benoemd. Ten behoeve van de Trajectnota is inzicht gewenst in de effecten van de verschillende alternatieven en varianten op de verkeersafwikkeling op zowel het hoofdwegennet als het onderliggend wegennet. Het medio 2004 in opdracht van RWS Zuid-Holland ontwikkelde nieuwe Zuidvleugelmodel, als opvolger van het DHV Randstadmodel, is gebruikt voor de uitvoering van de gevraagde berekeningen.
In dit document wordt eerst een algemene beschrijving van het Zuidvleugelmodel gegeven en wordt de voor dit model toegepaste modelleringstechniek besproken. Hierbij is aangegeven hoe is omgegaan met de volgende model-onderdelen: Ritgeneratie / Distributie/modal split / Time-of-day effect / Matrixschatting Vrachtverkeer / Toedeling
Hoofdstuk 3 beschrijft de gebruikte algemene modelinvoer voor 2020. Dit betreft de volgende onderdelen: Sociaal-economische gegevens / Vrachtverkeer / Netwerken (auto en OV) / Parkeren / Parameters
In hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van de doorgerekende alternatieven en varianten en de verschillen ten opzichte van de referentiesituatie 2020. Hoofdstuk 5 bevat een aantal tabellen waarin de modeluitkomsten naar verschillende gezichtspunten zijn samengevat, op zodanige wijze dat ze gemakkelijk met elkaar kunnen worden vergeleken. In de door DZH gegeven opdrachtomschrijving zijn een aantal vragen geformuleerd. Hierop wordt in bijlage 13 zo goed mogelijk antwoord gegeven, gebaseerd op de daarvoor beschreven modeldefinitie en resultaten.
- Datum rapport
- 1 januari 2005
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Zuid-Holland (RWS, ZH)
- Uitgever
- RWS, ZH.
- Annotatie
-
56 p.
Met bijl.
Versie: 2
Status: definitief - Documentnummer
- 851454