Vismonitoring Hollandse IJssel 2003
In 2003 is weer een visbemonstering op de Hollandse Ijsel uitgevoerd ten behoeve van Saneren Natuurlijk. Eerder was dat in 2001 gebeurd, zodat een jaar is overgeslagen. Doel van het onderzoek is vast te stellen of er op de gesaneerde locaties (Moordrecht-Oost en Nieuwerkerk)een andere visstand voorkomt dan op de referentie locatie (Balkengat). Omdat de sanering zodanig is uitgevoerd dat er paai- en opgroeimogelijkheden voor de vissen zijn gecreëerd is de verwachting dat er op de gesaneerde locaties meer jonge vis wordt aangetroffen dan in de hoofdstroom van de rivier. Daarnaast was de verwachting dat ook de soortensamenstelling zou kunnen veranderen als gevolg van de aanleg van paai- en opgroeigebied. Paai- en opgroeigebied voor vissen wordt gekenmerkt door structuurrijke niet te diepe delen van een rivier die in de luwte van de stroom zijn gelegen. Door het aanwezige getij is dit complexer dan op andere rivieren. Bij laag water dienen de paai- en opgroeigebieden namelijk nog steeds voldoende diepgang te hebben. Zoniet dan moet de jonge vis naar de open rivier waar de overlevingskansen lager zijn. Omdat er geen water- en oeverplanten kunnen groeien op diepte van meer dan 2 meter (bij hoogwater), is het beeld dat er bij laag water geen vegetatie in het water aanwezig is, of slechts zeer weinig. Aanwezige jonge vis kan dan alleen in luwe delen of tussen stortstenen een schuilplaats vinden, die ze bij hoogwater ook in de vegetatie kunnen aantreffen.
- Datum rapport
- 8 juni 2004
- Auteur
- Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat, Waterdienst (RWS, WD)
- Uitgever
- [S.l.] ; [s.n.].
- Documentnummer
- 436825