Bioassays met Chironomus riparius en Daphnia magna - najaarsbemonstering 1992
In het onderhavige onderzoek werden in opdracht van Rijkswaterstaat-Directie Zuid-Holland 10 sedimentmonsters uit de Brabantsche Biesbosch onderzocht op de toxiciteit voor muggelarven (Chironomus riparius) en watervlooien (Daphnia magna). Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het projekt "Proefsanering Biesbosch" en is onderdeel van een TRIADE-onderzoek.
Elutriaat en/of sediment van 8 van de 10 onderzochte sedimentmonsters bleek toxisch voor muggelarven. Alleen voor de monsters H-61 en H-65 kon geen toxiciteit worden aangetoond.
Omdat in de bianco niet werd voldaan aan het geldigheidscriterium voor reproductie, werden de bioassays met D. magna herhaald met die monsters waarvoor nog voldoende sediment voorhanden was. In de eerste serie bioassays bleek het poriewater verkregen uit sediment van 7 monsters toxisch voor watervlooien op basis van de parameter sterfte. In de herhaling van de bioassays werd deze waameming grotendeels bevestigd en kon bovendien voor 3 van deze 7 monsters ook een negatief effect op de reproductie worden aangetoond. Alleen voor de monsters H-60, H-62 en B-103 kon geen toxiciteit worden aangetoond.
- Datum rapport
- 1 maart 1993
- Auteur
- J.M. Brils, L.R.M. de Poorter; AquaSense
- Uitgever
- AquaSense.
- Annotatie
-
31 p.
ill.
Rapportnummer 92.0347
In opdracht van Rijkswaterstaat Directie Zuid-Holland
Met lit. opg.
Bioassays ter beoordeling waterbodemkwaliteit Brabantsche Biesbosch - Documentnummer
- 748721