Uitzichtbeperking t.b.v. de aansluiting van het Wilhelminakanaal aan de Zuid-Willemsvaart
In het kader van het bestemmingsplan nabij de aansluiting van het Wilhelminakanaal aan de Zuid-Willemsvaart is onderzocht met welke uitzichteisen voor de scheepvaart rekening moet worden gehouden. Hierbij is ervan uitgegaan dat de scheepvaart op het Wilhelminakanaal voorrang moet verlenen aan de scheepvaart op de Zuid-Willemsvaart. Dit kan worden gewaarborgd door de aansluiting van het Wilhelminakanaal aan de Zuid-Willemsvaart als nevenvaarwater te bestemmen. Omdat meer dan 30% van de schepen die van het Wilhelminakanaal komen in zuidelijke richting afbuigen is deze route als maatgevend beschouwd voor de vaststelling van het benodigde uitzicht. Worden ook de noordgaande schepen als maatgevend gesteld, dan heeft dit enige invloed op het deel van het bestemmingsplan waarvoor eisen aan de bebouwingshoogte worden gesteld. In het gedeelte van het bestemmingsplan waar de bebouwingshoogte beperkt moet zijn wordt een hoogte geadviseerd van KP+2,00 resp. KP+2,50 m.
- Datum rapport
- 1 januari 1981
- Auteur
- [projectleider J. Stolk]; [Ministerie van Verkeer en Waterstaat] Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde, Hoofdafdeling Scheepvaart
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde (RWS, DVK).
- Annotatie
-
8 p.
bijl., fig. ; 30 cm
Nota S80.28 - Documentnummer
- 121485