Toetsingsadvies over het milieueffectrapport N200 bij Halfweg/Zwanenburg
Rijkswaterstaat, directie Noord-Holland, heeft het voornemen de N200 bij Halfweg te verleggen. Bevoegde instanties zijn de Minister van Verkeer en Water staat en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Bij brief van 24 augustus 1998 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat de Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over het opgestelde milieueffectrapport (MER). Het MER is op I september 1998 ter inzage gelegd.
Tijdens de toetsing inventariseert de Commissie eerst of er tekortkomingen zijn in het voldoen aan de wettelijke vereisten en de richtlijnen en gaat zij na welke onderdelen van het MER in aanmerking komen voor een positieve vermelding. Vervolgens beoordeelt de Commissie de ernst van de tekortkomingen. Daarbij staat de waag centraal of de benodigde informatie aanwezig is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven bij het tracébesluit. Is dat naar haar mening niet het geval dan betreft het een essentiële tekortkoming. De Commissie zal dan adviseren tot een aanvulling. Overige tekortkomingen worden in het toetsingsadvies opgenomen, voor zover ze kunnen worden verwerkt tot duidelijke aanbevelingen voor het bevoegde gezag. Deze werkwijze impliceert dat de Commissie zich in het advies tot hoofdzaken beperkt en niet ingaat op onjuist heden of onvolkomenheden van ondergeschikt belang.
- Uitgever
- Commissie voor de Milieueffectrapportage (MER)